(klik hier voor alle foto’s)
Toen was het zover, er werd gepakt. Regenkleding, voedsel, water, bescherming tegen hitte en kou. De stationwagen werd om 23:30 naar het vertrekpunt gereden en de lampen werden tevoorschijn gehaald. Maar de maan bleek zoveel licht te geven dat de lampen nauwelijks nodig waren, anders dan om elkaar te seinen. De route was eenvoudig en zelfs voor vierwielaangedreven voertuigen begaanbaar. Iedere 45 min. werd gepauzeerd, en om de 3 keer lang, onder meer om wat te eten. Het landschap werd steeds spookachtiger, de rotsen grilliger en in de verte was al de pluim zwavelgassen te zien die ons tegemoet waaide en een lichte prikkeling in de keel veroorzaakte. Vooral Thijs begon zich zorgen te maken en vroeg zich af hoe veilig de onderneming wel was. De pluim woei gelukkig net te hoog over om voor werkelijk gevaar te zorgen. Zo nu en dan was duidelijk het knallen van de berg te horen. De groep werd gevolgd door twee honden, die door Remi naderhand Holmes en Watson werden genoemd.Het begon harder te waaien en het werd steeds
kouder. Telkens als er nu gepauzeerd ging worden moesten we een beschutte plek naast de weg vinden. In de buurt van de top krulde de weg rond de oosthelling en eindigde op een open plaats (voor zover daar in die kale woestenij sprake van kon zijn) Hier werd voor de laatste keer gerust en begon het wachten op de zonsopgang. Toen die zich aankondigde liepen Thijs en Toon vooruit tussen de lavarotsen… ineens was verderop duidelijk de door een rode gloed verlichte pluim te zien. De spanning en het tempo steeg. Toen het wat lichter werd bleek het nog een steile klim van enkele honderden meters te zijn, waar verwoed aan werd begonnen. Door de haast, honger, hoogte en kou viel het allemaal niet mee. We zagen er uit als spoken, groenbleek met vegen grijze lavastof. Uiteindelijk kwamen we aan de rechterkant op een terras dat grensde aan de Bocca Nuova, de meest actieve krater.

Het woei hier ongenadig hard! Camiel stond te schreeuwen van opwinding en liep naar de bovenwindse kant, waar het NOG harder woei, maar waar tenminste de zwavelwolken niet in je gezicht kwamen. Wat was de krater ontzagwekkend groot, meer dan honderd meter breed en net zo diep, met loodrechte wanden die alle kleuren groen en geel waren. Gevuld met massa’s gassen die opstegen en tussen een spleet over de aangrensende NoordOost krater woeien, en voortdurend weer werden aangevuld. En het allermooiste: met enorme knallen en aansluitend luid sissen klotste zo nu en dan de lava uit de gloeiende gaten op de bodem. Typhoon was niet in zijn beste bui die ochtend! Eén explosie was zo hevig dat we achteruitdeinsden: de lavaspetters kwamen zo hoog als de rand kwamen waar we op stonden…! Uit spleten in de wand steeg ook voortdurend rook op, wat de indruk wekte dat de wand erg poreus was en misschien niet zo stevig.
Na een kwartiertje het gevaar te hebben gelopen in de giffabriek te waaien liepen we benedenwinds richting NO krater, en de weer daaraan grenzende iets hoger gelegen Hoofdkrater. Camiel en Pieter gingen een kijkje in de laatste, een lastig karwei omdat je iedere twee stappen er een terugzakte. De rest probeerde op de helling warm te blijven/worden. Er was nauwelijks beschutting voor de straffe bries, zodat uiteindelijk maar vast een stuk werd afgedaald om in ieder geval in beweging te zijn. Pieter en Camiel volgden even later en vertelden dat ze bijna over de rand waren gewaaid en vooral heel veel rook hadden gezien. Op de open plek werd weer gerust en door sommigen een dutje gedaan.
Langs de zuidhelling begon nu de afdaling. Binnen een half uur was het al weer zo warm dat de meesten hun jas uit deden. We kregen op een gegeven moment een goed uitzicht over de weg die naar beneden kronkelde, zodat werd besloten om de over de links ervan gelegen puinwaaier verder te gaan: Het voordeel van deze route was dat het veel sneller ging en de spieren en knieen minder belastte. We lieten hierbij het onderzoeksstation met de webcamera aan onze rechterkant. Er tekende zich vaag een pad af dat werd gevolgd.
Op een tamelijk steil stuk puin werd weer gerust. Het was er vergeven van de lieveheersbeestjes, maar het uitzicht op het dal waar we de dag ervoor de lavavlakte hadden bewonderd was schitterend. Ook de kleine top die ons doel markeerde was zichtbaar. Maar we hadden nog heel wat meer voor de boeg dan we toen konden vermoeden…
Vanaf deze helling bleek de lavastroom niet zo heel steil te zijn, althans het begin ervan. Toen we er even later rechtsboven langs liepen bleken er toch weer wat afgronden tussen te zitten. Het pad was nu verdwenen maar er waren wel veel voetstappen in het gele zand te zien. Remi verstapte zich hier en blesseerde zijn knie zodanig dat hij met de skistokken van Camiel verder moest.
We wandelden over de brede kam en bereikten de eerste voorziene hindernis. Deze spleet in de kam was de dag ervoor vanuit Zefferana zichbaar geweest en bleek op zich niet de hindernis: De kam eráchter werd een stuk steiler en de op de helling ervan bevonden zich muurvormige obstakels. Besloten werd om via een gat in die muur te passeren. Even later bleek dat toch te steil: door de doornachtige hei kon je ook bijna je handen niet meer gebruiken om te steunen. Het gras was bovendien glad en er lieten gemakkelijk stenen los. Camiel ging met Maarten hoger proberen door te steken en de rest daalde af naar het dal dat de spleet eigenlijk was. Afgesproken werd om via de andere (eerste) kam de weg te bereiken en daar op de auto met Camiel en Maarten te wachten.
Helaas was er niet bepaald sprake van een makkelijk begaanbaar pad op die kam. De begroeing waar het enkele honderden meters ervoor aan ontbrak was hier zo dicht dat je op moest passen elkaar niet kwijt te raken of plotseling in een ravijn te stappen. Na een hoop geploeter in de benauwende hitte en doornstruiken bleek deze kam uit te komen op een afgrond. Er werd iets terug weer afgedaald, waarbij we als apen van boom naar boom slingerden. Veilig bereikten we weer het dal, maar zo begaanbaar als die in het begin was was ie hier niet… Onder een struikachtige boom rustten we weer even. Thijs ging binnen gehoorafstand verder in het nog steeds tamelijk dichtbegroeide dal op verkenning en hoorde uiteindelijk auto’s boven zich. Toen de rest zich bij hem had gevoegd waagde hij een poging om de weg te bereiken, en slaagde daarin. Molto bene! Inmiddels enigzins vermoeid hees het overige gezelschap zich aan boomstammen en takken omhoog, en even later lag iedereen op het asfalt. En in de tweede auto die aankwam bevonden zich onze vriendjes! De uitdrukking op het gezicht van Maarten verried dat ze het zelf ook niet eenvoudig hadden gehad…. De eerste batch werd afgevoerd en 40 minuten later kon Camiel de tweede ophalen.
De rest van de middag hebben we niet veel gedaan. ’s Avonds werd er gegeten in het lokale restaurant, en later bij de tent geborreld.